Normen en waarden voorbeelden

Lijst met normen en waarden

Er zijn talloze ongeschreven gedragsregeltjes, waar we ons in het dagelijks leven netjes volgens de norm naar gedragen. Vaak gebeurt dat vrijwel vanzelf, zonder er over na te denken, zó zit het in ons systeem verankerd.

Hieronder volgt een aantal voorbeelden van normen en waarden. De meesten zullen door velen als vanzelfsprekend ervaren worden.

Normen en waarden voorbeelden

  1. Norm: Als de trein, tram of bus aankomt, wacht je even tot de mensen uitgestapt zijn, alvorens zelf in te stappen.
    Waarde: Geduld
  2. Norm: Als je in- en uit de lift stapt, groet je netjes de anderen in de lift.
    Waarde: Vriendelijkheid, Beleefdheid
  3. Norm: Als iemand achter je in de rij voor de kassa maar één artikel wil afrekenen, terwijl jij een hele kar vol hebt, vraag je of die persoon even voor wilt.
    Waarde: Vriendelijkheid
  4. Norm: In een rij wacht je netjes tot je aan de beurt bent.
    Waarde: Geduld, Respect
  5. Norm: Je staat op voor ouderen of zwangere vrouwen, bijv, in het openbaar vervoer.
    Waarde: Respect voor ouderen / anderen
  6. Norm: Als de kassière je teveel geld teruggeeft, dan zeg je dat en geef je dat weer terug.
    Waarde: Eerlijkheid
  7. Norm: Als iemand je de weg vraagt, help je die persoon door het te uit te leggen.
    Waarde: Behulpzaamheid
  8. Norm: Als je het niet met iemand eens bent, ga je niet gelijk schelden of slaan.
    Waarde: Verdraagzaamheid, Zelfbeheersing
  9. Norm: Als je zegt dat je iemand helpt, dan doe je dat ook.
    Waarde: Trouw
  10. Norm: Als iemand, een meerdere bijvoorbeeld, je opdraagt wat te doen, dan doe je dat.
    Waarde: Gehoorzaamheid
  11. Norm: Als een oudere valt, help je hem of haar overeind.
    Waarde: Behulpzaamheid
  12. Norm: Iemand uitlachen is niet leuk.
    Waarde: Respect voor anderen
  13. Norm: Als je iets van iemand hebt geleend, dan geef je dat ook weer terug.
    Waarde: Verantwoordelijkheid, Respect voor andermans spullen
  14. Norm: Als je een verkering hebt, ga je niet met een ander zoenen.
    Waarde: Trouw, Respect voor de ander
  15. Norm: Als je in de lift staat, laat je geen windjes.
    Waarde: Beleefdheid, Rekening houden met anderen
  16. Norm: Als iemand bij het stoplicht even voor wil met de auto, dan laat je die persoon voor.
    Waarde: Vriendelijkheid
  17. Norm: Als iemand geld opneemt, hou je afstand.
    Waarde: Respect voor privacy
  18. Norm: Als iemand je helpt met iets, bedank je die persoon.
    Waarde: Dankbaarheid, Beleefdheid
  19. Norm: Je houdt de deur open voor degene achter je.
    Waarde: Beleefdheid, Behulpzaamheid
  20. Norm: Wanneer je je kind ziet of je partner, kus of knuffel je die.
    Waarde: Liefde
  21. Norm: Wanneer je aan het werk bent, ga je niet urenlang privé bellen.
    Waarde: Gehoorzaamheid
  22. Norm: Als je iets ergens van vindt, mag je dat gewoon zeggen.
    Waarde: Vrijheid van meningsuiting
  23. Norm: Je houdt hierbij echter wel rekening met de gevoelens van anderen.
    Waarde: Respect voor anderen, Mededogen
  24. Norm: Wanneer je ziet dat iemand geld laat vallen, zeg je dat tegen die persoon.
    Waarde: Eerlijkheid
  25. Norm: Wanneer degene naast je allemaal muntjes laat vallen, help je ze even op te rapen.
    Waarde: Behulpzaamheid
  26. Norm: Je gooit geen afval uit je auto.
    Waarde: Respect voor het milieu
  27. Norm: Als je ergens niet mag roken, dan doe je dat niet.
    Waarde: Gehoorzaamheid, Respect voor anderen
  28. Norm: Ik mag gaan en staan waar ik wil.
    Waarde: Vrijheid
  29. Norm: Ouderen spreek je met “u” aan.
    Waarde: Beleefdheid, Respect
  30. Norm: Wanneer iemand bij je op bezoek komt, biedt je iets te drinken aan.
    Waarde: Beleefdheid, Vriendelijkheid
  31. Norm: Als je je aan iemand voorstelt, geef je die persoon een hand.
    Waarde: Gelijkwaardigheid, Beleefdheid, Respect
  32. Norm: Als je in de trein zit, draai je gaan harde muziek.
    Waarde: Respect voor anderen / orde
  33. Norm: Als je de kans hebt iemand te helpen, dan doe je dat.
    Waarde: Behulpzaamheid
  34. Norm: Als je hard werkt, verdien je geld en kun je lekker op vakantie.
    Waarde: Geld verdienen, Geluk, Plezier
  35. Norm: Je eet niet iedere dag patat.
    Waarde: Gezondheid
  36. Norm: Als je op een scooter rijdt, doe je een helm op.
    Waarde: Veiligheid
  37. Norm: Je slaat je hond niet.
    Waarde: Respect voor dieren
  38. Norm: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
    Waarde: Gelijkwaardigheid, Religie
  39. Norm: Je draait midden in de nacht geen harde muziek, terwijl de buren liggen te slapen.
    Waarde: Respect voor anderen
  40. Norm: Als je iets gestolen hebt, dan wordt je daarvoor gestraft.
    Waarde: Rechtvaardigheid